dyslexie-onder-de-knie

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Signalen en Symptomen
Print

Checklijst Symptomen en Signalen

De symptomen en signalen van dyslexie kunnen in vier groepen worden ingedeeld:

 

1. Moeite met lezen
2. Moeite met spellen
3. Moeite met schrijven
4. Andere moeilijkheden
 
In deze lijsten zal iedereen één of twee dingen herkennen, maar daarom is er nog geen sprake van dyslexie. 

Echter, wanneer iemand 6 of 7 signalen en symptomen vertoont, zou dit op dyslexie zou kunnen wijzen.

 1. MOEITE MET LEZEN    
TIJDENS HET LEZEN, DOET UW KIND HET VOLGENDE:
 

Altijd

Soms

Nooit

Leest aarzelend, of met horten en stoten.   
Houdt zijn/haar vinger onder de zin.   
Verliest de plek waar hij/zij aan het lezen was.   
Slaat woorden over tijdens het lezen.   
Voegt woorden toe die er niet staan.   
Leest dezelfde zin opnieuw.   
Leest sommige woorden achterstevoren.   
Klaagt erover moe te zijn na het lezen.   
Klaagt over hoofdpijn of misselijkheid na het lezen.   
Klaagt erover / vertelt dat woorden bewegen / vaag worden.   
Bedekt één oog of doet één oog dicht tijdens het lezen.   
Beweegt zijn/haar hoofd teveel tijdens het lezen.   
Heeft duidelijk last van weerkaatsing van het papier, van fel licht en is gevoelig voor zonlicht tijdens het lezen.   
Leest op een monotone manier.   
Negeert leestekens.    
Geniet van lezen.   
Kan de inhoud van een gelezen verhaal onthouden.   
    
 2. MOEITE MET SPELLEN    
TIJDENS HET SPELLEN DOET UW KIND HET VOLGENDE:
 

Altijd

Soms

Nooit

Vergeet spellingen na verloop van tijd.   
Vindt het moeilijk woorden te verklanken.   
Heeft moeite met het opdelen / 'in stukken breken' van langere woorden.   
Laat tijdens het spellen letters weg en voegt letters toe.    
Haalt woorden die ongeveer hetzelfde klinken door elkaar.    
Lijkt competent tijdens verbaal spellen maar heeft moeite met spellen tijdens zelfstandig schrijven.    
Heeft moeite met opschrijven van woorden ook als ze  gedicteerd worden.   
    
  3. MOEITE MET SCHRIJVEN    
TIJDENS HET SCHRIJVEN DOET UW KIND HET VOLGENDE:
 

Altijd

Soms

Nooit

Heeft moeite met het schrijven op de lijn.    
Vindt het moeilijk bij de kantlijn te beginnen.    
Verwart letters die op elkaar lijken, bijvoorbeeld         d en b.    
Schrijft letters of nummers in spiegelschrift.   
Vergeet de bedoeling van een geschreven verhaal.    
Gebruikt weinig, geen of verkeerde leestekens.   
Laat letters of woorden weg of zet ze in de verkeerde volgorde.   
    
  4. ANDERE MOEILIJKHEDEN    
DOET UW KIND HET VOLGENDE: 
 

Altijd

Soms

Nooit

Verwart links en rechts.   
Heeft moeite met het volgen van een serie mondelinge instructies.   
Heeft moeite met het onthouden van de maanden van het jaar of dagen van de week in de juiste volgorde.   
Heeft moeite met het onthouden van de rekentafels.   
Kan zich slecht concentreren.   
Is gemakkelijk afgeleid.    
Vindt het moeilijk om iets van het bord over te schrijven.    
Vindt/vond het moeilijk om klok te leren kijken.   
Is soms erg onhandig.    
Heeft een slecht zelfbeeld en laag zelfvertrouwen.