dyslexie-onder-de-knie

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Oog-scannen

Oogscanproblemen en hun implicaties

Uit het boek Dyslexia An Explanation Hoofdstuk 5

Klik hier voor een (Engelse) introductie video over oogscannen icon

Naar schatting meer dan 80% van de informatie die onze hersenen binnenkomt tijdens het ontvangen van onderwijs wordt visueel overgebracht, d.w.z door het gebruik van onze ogen. Voor het efficient en effectief leren is het daarom essentieel dat onze ogen goed functioneren. Dit gaat verder dan vaststellen dat er geen brekingsproblemen zoals kortzichtigheid of pathologische problemen (ziektes) zijn die kunnen worden vastgesteld in een standaard oogtest. .

eyes-and-visual-proc

Lezen is een gecompliceerde taak; er is, behalve een goed gezichtsvermogen, ook een goed gezichtsveld nodig. Bijvoorbeeld, beide ogen moeten goed als team samenwerken en gelijkmatig naar één punt kunnen kijken om te kunnen focussen op de te lezen woorden, die overigens op een afstand van ongeveer 30 cm bij de ogen vandaan staan in plaats van de 6 meter die normaal gebruikt wordt in een standaard oogtest. De ogen moeten kunnen focussen op meer dan een paar letters tegelijk zodat langere woorden makkelijk gelezen kunnen worden. eyes-and-brain

 

Wat zijn de symptomen van oogscanproblemen?

Klik hier voor video over symptomen van oogscanmoeilijkheden icon

  1. Een vinger onder de regel houden tijdens het lezen.
  2. Dezelfde regel opnieuw lezen of regels overslaan.
  3. Niet meer kunnen concentreren na een korte leesperiode.
  4. De letters aan het einde van woorden raden.
  5. Vermoeide ogen hebben.
  6. De woorden lijken te vervagen.
  7. De woorden lijken te zweven.
  8. In de ogen wrijven na een tijdje gelezen te hebben.
  9. Moeite met dingen van het bord kopiëren.
  10. De behoefte om één oog dicht te doen tijdens het lezen (Voluntary Occlusion).
  11. Zich een beetje misselijk voelen na een tijdje lezen.

Dit zijn allemaal symptomen van een leerling die moeite heeft met oogscannen. Een leerling kan één of twee van deze kenmerken hebben maar heeft ze zeer waarschijnlijk niet allemaal.

Het vangen van een bal lijkt voor de meesten van ons een gemakkelijke taak maar we kennen allmaal mensen die dat heel moeilijk vinden. We zeggen dat ze weinig of geen ‘coördinatie’ hebben.

Als je erover nadenkt is het vangen van een bal een erg gecompliceerde vaardigheid. Beide ogen moeten samenwerken zodat de snelheid en de afstand die de bal van je af is meerdere malen beoordeeld kunnen worden, binnen een hele korte tijd. De hersenen moeten dan een signaal sturen naar de arm- en handspieren om samen te werken om de bal te vangen. Er zitten veel spieren in de armen en nog meer in de handen. Als één van de spieren beschadigd is, of niet samenwerkt met de andere spieren zal het onmogelijk zijn om de bal te vangen. En dan hebben we het nog niet eens over de hele fijne spiertjes die je ogen besturen en die gebruikt worden om de afstand van jouw tot de bal te meten.

Als we bedenken hoe ingewikkeld het is om een bal te vangen, is het eigenlijk verbazingwekkend dat het menselijk lichaam dat kan doen. We vinden het maar vanzelfsprekend en staan er nooit bij stil.

Demonstratie:

Laat iemand een bal drie keer naar je toegooien, te weten vanaf één meter, twee meter en drie meter afstand. Herhaal de drie vangsten eerst met je rechteroog en daarna met je linkeroog gesloten.

Je ogen moeten samenwerken om de afstand te meten, en als je maar één oog gebruikt is het niet mogelijk om afstand accuraat in te schatten. Samenwerkende ogen zijn nodig om een bal te vangen! (Zie hoofdstuk 11 voor een meer gedetailleerde discussie over hoe we afstand schatten).

Evenzo zien wij het als een simpele opdracht om onze ogen langs regels met woorden op een bladzijde bewegen. Het is een automatische vaardigheid voor de meeste mensen, maar niet voor iedereen. We hebben samenwerkende ogen nodig om te lezen!

Onderzoek door de Afdeling Fysiologie van de Universiteit van Oxford toonde aan dat: ‘Het afdekken van één oog kan oogbeheersing en lezen bij kinderen met dyslexie met slecht oogbeheersing/controle, verbeteren’. Echter, al kan dit het probleem op korte termijn een oplossing bieden omdat twee ogen dan niet meer hoeven samen te werken, het kan op de lange duur schadelijk zijn.

 

Waarom kan mijn kind kleine woorden lezen maar heeft hij moeite met langere woorden?

Elk van onze ogen heeft een bepaald gezichtsveld en het gebied waar de twee gezichtsvelden elkaar overlappen is waar we de woorden zien die we lezen. Simpel gezegd, als de overlap klein is kunnen we alleen kleine woorden zien, en wanneer de overlap groot is kunnen we langere woorden lezen.

Diagram 5.1 – Geïntegreerd beeld

Integrated-visionSommige mensen met leesmoeilijkheden hebben een klein gebied van overlap. Deze mensen kunnen best goed een passage lezen met alleen kleine woorden. Echter, als er een passage met langere woorden gelezen moet worden, kan het volgende gebeuren: Men stopt met lezen als er langere woorden tegengekomen worden. Ze zullen in de war raken en het gelezene niet helemaal begrijpen. Wat ook mogelijk is, is dat de uiteinden van woorden geraden worden, bijvoorbeeld, de volgende woorden beginnen allemaal met sch Schuur Schaap Schelp School Schol Schaaf Schep Schop Schip Schieten

We noemen de grootte van een woord, dus het aantal letters dat een woord telt, 'deelgrootte' (chunk size). Als kinderen ouder worden en langere woorden lezen zeggen we dat de deelgrootte is vergroot is. Als we leesmateriaal voor een kind van een bepaalde leeftijd moeten kiezen letten we op twee dingen: Ten eerste kijken we naar het begrip dat nodig is om een verhaal te volgen en ten tweede kijken we naar de woordenschat, hoofdzakelijk de woordlengte. Vaak zeggen we: ‘Dat is een groot woord voor iemand van jouw leeftijd'.

Als een kind het moeilijk vind het gelezene te begrijpen, en het gelezene lijkt wel geschikt voor zijn leeftijd, dan kan het zijn dat hij een kleine ‘deelgrootte’ heeft en niet een probleem met begrijpend lezen. Vaak hebben deze kinderen een hele brede woordenschat en toch hebben ze moeite met boeken lezen die bedoeld zijn voor hun leeftijd.

Demonstratie:

Neem een stuk papier en knip er een gat in dat groot genoeg is om er vijf letters doorheen te kunnen zien, en lees dan de paragraaf hierboven. De mate waarin je begrijpt wat je leest is enorm verminderd, maar, nog belangrijker, nu begrijp je hoe iemand met een kleine ‘deelgrootte’ leest.

 

Waarom leest mijn kind sommige woorden achterstevoren, bijvoorbeeld ‘lot’ voor ‘tol’ en ‘mos’ voor ‘som’.

Klik hier voor de video over 'van rechts naar links verwerken' icon

We hebben allemaal een dominante- hand en voet; de meeste mensen zijn rechtshandig en rechtsvoetig en sommigen zijn linkshandig en/of linksvoetig. Sommige mensen worden als ambidexter gezien omdat zij zeer handig zijn met beide handen maar, zelfs dan is één hand dominant.

Op dezelfde manier hebben we allemaal een dominante of favouriete ‘richting van verwerken’, al verschilt de graad van dominantie van persoon tot persoon. De meeste mensen zullen, wanneer ze door een bos of maisveld lopen en rechtshandig zijn, de takken opzijduwen door met hun hand van links naar rechts te bewegen (visa versa voor linkshandige mensen). Echter, niet alle rechtshandige mensen hebben een dominante verwerkingsrichting die van links naar rechts loopt (en omgekeerd voor linkshandige mensen).

In het oude Griekenland werden woorden op de éne regel van links naar rechts geschreven en dan op de volgende regel van rechts naar links, in een zigzag patroon. De meeste talen (behalve in het Midden Oosten) worden van links naar rechts geschreven. De meeste mensen verwerken van links naar rechts maar zij die van nature van rechts naar links verwerken lijken woorden soms achterstevoren te schrijven. Dit gebeurt alleen bij woorden die achterstevoren kunnen worden geschreven.

 

Waarom vindt mijn normaal slimme kind het zo moeilijk om links van rechts te onderscheiden?

Ouders snappen er vaak helemaal niks van dat hun kinderen het moeilijk blijven vinden om links van rechts te onderscheiden. Het is heel normaal voor een jong kind om verward te raken tussen links en rechts en om ezelsbruggetjes te gebruiken om hem te helpen onthouden. Hij kan zich bijvoorbeeld herinneren dat hij met rechts schrijft en dan beslist hij of iets aan dezelfde kant is als de hand waarmee hij schrijft; of hij kan zich herinneren dat hij een bal schopt met de rechtervoet, of dat z’n horloge aan z’n linkerpols zit. Dit is allemaal heel normaal. Wat minder normaal is, is dat deze ezelsbruggetjes jaren later nog gebruikt worden.

Kinderen met dyslexie verwarren vaak links en rechts en velen gebruiken een ezelsbruggetje om ze te onderscheiden. Het probleem is niet het onvermogen om de etiketten ‘links’ en ‘rechts’ te onthouden, maar het onvermogen om de linkerkant en de rechterkant te voelen/waar te nemen. Met andere woorden, de verticale middenlijn is niet duidelijk definieerbaar in hun persoonlijke ruimte.  We noemen dit ‘horizontale of laterale verwarring’. Het is heel moeilijk om iets te benoemen waarvan je je niet bewust bent en nog veel moeilijker om die naam te onthouden!

Demonstratie:

Ga in het midden van de kamer staan en beslis of de deur aan je linker of aan je rechterkant is. Doe je ogen dicht en draai langzaam een paar keer rond, eerst met de klok mee, en dan een paar keer tegen de klok in. Zonder je ogen te openen raad je waar de deur is, aan je linker- of aan je rechter kant. Nu voel je hoe het is om links en rechts te verwarren!

De reden voor die verwarring is dat je het verband tussen je verticale middenlijn en de kamer om je heen kwijt bent. Mensen die links en rechts verwarren zijn zich vaak niet bewust van het verband tussen hun middenlijn en hun omgeving. Als een leerling dit probleem heeft, dan is het van groot belang dat dit zo snel mogelijk aangepakt wordt.
 

Waarom leest mijn kind vaak dezelfde regel opnieuw of slaat hij regels over tijdens het lezen?

Bij een kind dat een voorkeur heeft voor ‘rechts naar links verwerken’ kan het voorkomen dat hij/zij dezelfde regel opnieuw leest. Het kan ook zijn dat er regels overgeslagen worden doordat geprobeerd wordt om te vermijden dezelfde regel opnieuw te lezen, en door bewust de ogen naar de regel eronder te verplaatsen. Echter, het zou kunnen dat hij te ver naar beneden kijkt en twee regels eronder terechtkomt. Als de lezer een mechanisch lezer is, kan het zijn dat hij zich hier totaal niet van bewust is. Er zijn meer redenen waarom een kind regels kan overslaan tijdens het lezen en één ervan is ‘verticale verwarring’, wat hieronder uitgelegd wordt.

Waarom raakt mijn kind ‘z’n plaats kwijt’ tijdens het lezen?

Sommige mensen vinden het heel moeilijk om, als ze afgeleid worden bij het lezen, hun plaats in het boek weer terug te vinden. Dit is merkbaar als  een kind even met het hoofd wiebelt terwijl hij de plaats waar hij aan het lezen was zoekt. Soms houden ze een vinger op het laatste woord om zo de plaats te onthouden. Zonder deze strategie kan het zijn dat ze weer aan het begin van de bladzijde of paragraaf moeten beginnen. Zulke mensen lijden aan ‘verticale verwarring’.

Verticale verwarring

Op dezelfde manier dat sommige mensen ilinks en rechts verwarren (horizontale of laterale verwarring), zijn ze soms ook in de war tussen boven en beneden, op en onder (verticale verwarring). Net zoals we een verticale middenlijn hebben, hebben we ook een horizontale middenlijn die horizontaal door het midden van onze ogen loopt. Sommige mensen hebben geen duidelijk gedefinieerd gevoel van deze horizontale middenlijn in relatie tot hun omgeving. Daardoor zullen zij het moeilijk vinden om waar te nemen of iets boven of beneden, boven of onder de lijn van hun ogen is. Het is makkelijk te begrijpen hoe dit kan leiden tot het overslaan van regels en het moeilijk vinden je plaats terug te vinden als je afgeleid wordt tijdens het lezen.

Demonstratie:

Kijk in een kamer naar een plank met voorwerpen; Zorg dat de plank op ooghoogte is. Kijk naar een voorwerp aan de linkerkant en een voorwerp aan de rechterkant van de plank en beslis of de voorwerpen zich op of onder de plank bevinden. Houdt daarna je hoofd scheef naar rechts, met een hoek van zo’n 45 graden. Beslis nu weer of het voorwerp aan de rechterkant op de plank staat of eronder. Beslis daarna of het linker voorwerp zich boven of onder de plank bevindt. Doe precies hetzelfde voor de andere kant, dus met het hoofd 45 graden scheef naar links. Ga nu na of er in dezelfde mate verwarring optreedt bij het hoofd naar links of rechts scheef houden.

Voor de meeste mensen is er een klein verschil in de mate van verwarring want het dominante oog moet het oog zijn dat ‘boven’ en ‘beneden’ kalibreert.

 

Waarom vindt mijn kind het moeilijk om een lijst woorden correct van het bord in z'n schrift over te schrijven?

Kinderen met verticale verwarring vinden het moeilijker om een lijst woorden van het bord in hun schrift over te schrijven. Stel je voor, een kind neemt de volgende woorden over van het bord:

  • vos
  • kat
  • zebra
  • krokodil
  • tijger
  • mannetjesnijlpaard

Het kan zijn dat de eerste twee woorden goed overgeschreven worden, maar dan wordt bijvoorbeeld zebra als zetra en krokodil als krobodil, of tijger als tijker geschreven. Hier begrijpen ouders en leraren helemaal niks van, want ze weten niet waar de t in zebra, de b in krokodil, of de k in tijger vandaan komen.

Je kunt je voorstellen dat je met een geweer met een telescopische lens normaal vrij gemakkelijk accuraat kunt schieten. Echter, als je verteld werd dat de horizontale streep in het kruis ietsje verkeerd was, en je kan zien dat het geweer altijd iets te hoog schiet, dan kun je compenseren door de horizontale lijn ietsje lager te houden voordat je schiet. Maar, stel dat het horizontale streep elke keer van plaats verandert, dan is het bijna onmogelijk om je doel te raken. Dit gebeurt bij iemand met verticale verwarring. Dit verklaart waarom deze kinderen bij het overschrijven van het bord misplaatste letters zetten in het woord dat ze aan het overschrijven zijn - deze letters komen van de woorden erboven of eronder.

In het voorbeeld hierboven heeft het kind de ‘t’ van het woord kat genomen en in ‘zebra’ geplaatst, de ‘b’ van zebra in krokodil geplaatst, en de k van krokodil in tijger. De reden waarom een kind niet kan herkennen waarom een t in zebra niet thuis hoort, wordt in hoofdstuk 4 besproken. Dit hoofdstuk gaat over fonetische strategie en auditief op volgorde zetten.

Veel kinderen vinden een oplossing voor hun 'verticale verwarring' door eerst de eerste paar woorden te kopiëren van het bord, en dan te kijken naar het laatste woord dat ze geschreven hebben (in dit geval kat), dat woord zoeken op het bord, en dan de woorden eronder kopiëren (in dit geval zebra) enzovoort. Dit is een hulpmiddelje, maar zeker geen oplossing voor het probleem, om twee redenen. Ten eerste is deze oplossing zeer tijdrovend en het duurt langer voor alle woorden van het bord gekopieerd zijn, met als gevolg dat het kind zich er erg van bewust wordt dat hij of zij ‘langzamer’ is dan de rest van de klas. Ten tweede, om dit gevoel van falen te overwinnen, gaat de leerling zich haasten bij het overschrijven van de lijst, wordt onzorgvuldig en gaat fouten maken.

De oplossing voor de problemen veroorzaakt door verwarring tussen links en rechts (horizontale verwarring) en tussen boven en onder (verticale verwarring) is bij de leerling een duidelijk afgebakend gevoel te ontwikkelen van zijn verticale middenlijn en horizontale middenlijn in verhouding tot zijn/haar omgeving. Dit draagt bij aan het verminderen van de oogscanmoeilijkheden die bij zoveel leerlingen met dyslexie voorkomen.

 

Hoe voelt het om een oogscanprobleem te hebben bij het lezen?

Er zijn veel soorten oogscanproblemen. Om te ondervinden wat het is om met een oogscanprobleem te lezen, kun je het volgende uitproberen.

Demonstratie:

Neem een paperbackboek en begin te lezen zoals je normaal doet. Na de eerste paragraaf, beweeg je het boek langzaam ongeveer 3 cm heen en weer, en blijf lezen gedurende 2 of 3 paragrafen terwijl je het boek blijft bewegen. Zo voelt horizontale verwarring.

Vervolgens, lees door zonder het boek te bewegen en beweeg dan het boek langzaam 3 cm op en neer, en lees nog twee of drie paragrafen. Zo voelt verticale verwarring.

Ten slotte, lees een paragraaf gewoon, en deze keer, beweeg je het boek heen en weer èn op en neer. Lees door en blijf deze bewegingen afwisselen gedurende drie paragrafen. Zo voelt het om horizontale en verticale verwarring te hebben.

Het is niet makkelijk om gedurende langere tijd te lezen zonder dat de ogen moe worden als je een oogscanprobleem hebt. In ernstige gevallen kan de leerling klagen over misselijkheid.

Als je nu weer naar de lijst van kenmerken van oogscanproblemen aan het begin kijkt, ben je je veel meer bewust van de oorzaak van de problemen.

 

Waarom verliest mijn kind z’n concentratie na een tijdje lezen?

Als je de demonstratie hierboven gedaan hebt, kun je meevoelen met een kind met een oogscan probleem. Het heen en weer of op en neer bewegen van het boek, of allebei, vermoeit de ogen enorm. Als een kind aan het lezen is en vermoeide ogen heeft, zal hij onvermijdelijk opkijken van het boek naar dingen die wat verder van hem weg staan, om de spanning te verminderen. Een ouder of onderwijzer zal dit gedrag interpreteren als het verliezen van concentratie, terwijl het kind alleen de spanning in het oog wil verminderen.

Onder het kopje begrijpend lezen kun je meer lezen over hoe oogscanmoeilijkheden het begrijpend lezen enorm kan beïnvloeden.